•  
  •  

Reanimatie kind

Verantwoording algemeen

Algemeen

VLPA

De energie van de eerste vijf defibrillaties is 4 joule/kg. Overweeg bij volgende defibrillaties tot 8 joule/kg vermogen. Defibrillaties van een AED worden hierbij meegerekend. Let er dus op om met maximale energie op te laden als een AED al een defibrillatie gegeven heeft. VF moet altijd worden gedefibrilleerd als dit wordt herkend, ongeacht de amplitude. 

In de praktijk is niet altijd duidelijk wat de oorzaak is van een circulatiestilstand. Gebruik klinisch redeneren om een beslissing te maken welke aanpak het meest aangewezen is, op basis van de bevindingen. Als er twijfel blijft bestaan over de oorzaak, volg dan het reanimatieprotocol waarbij hypoxie, hypovolemie, spanningspneumothorax en tamponade vroegtijdig aandacht krijgen als mogelijk reversibele oorzaken.

Eerste 10 minuten

De eerste 10 minuten van de reanimatie ligt de focus op het geven van thoraxcompressies, beademing met zuurstof, defibrillatie, behandeling van de oorzaak van de circulatiestilstand en medicatietoediening. Coach overige (burger)hulpverleners die manuele thoraxcompressies uitvoeren. Als na 10 minuten reanimatie nog geen herstel van de spontane circulatie is opgetreden, moet overwogen om te vervoeren naar een centrum met adequate opvang. 
Argumenten voor vervoer zijn met name een persisterend schokbaar ritme (VF/VT), reversibele oorzaken waarbij initiële behandeling onvoldoende effect heeft en andere omstandigheden die aanvullende behandeling vereisen. De afweging gaat over de potentiële winst van de diagnostische en therapeutische mogelijkheden van het ontvangende ziekenhuis tegenover nadelen van vervoeren zoals verlies aan kwaliteit van de reanimatie tijdens het vervoer. Als er geen reden is om na 10 minuten te vervoeren, continueer dan de reanimatie tot 20 minuten.

Herstel spontane circulatie

Bij vermoeden van herstel van de spontane circulatie tijdens thoraxcompressies wordt het tweeminutenblok in principe afgemaakt, tenzij patiënt overtuigende tekenen van leven vertoont. Tekenen van leven zijn, vooral in combinatie:
• spontane, regelmatige, en adequate ademhaling.
• lokaliserende bewegingen van de patiënt.
• openen van de ogen.
• significante stijging van het EtCO2

Voor de ritmecheck: start met voelen naar pulsaties, thoraxcompressies voortzetten, defibrillator opladen, overweeg mee laten lopen van de printer, stop compressies maximaal 5 seconden, beoordeel pulsaties.

Bij 20 minuten
Als dan nog geen ROSC is opgetreden, overweeg dan om alsnog te vervoeren, de reanimatie ter plaatse te continueren of na overleg met een (kinder)arts te staken. Argumenten om een reanimatie na 20 minuten te staken zijn een niet-schokbaar ritme (PEA of asystolie) als eerste ritme, persisterend niet-schokbaar ritme gedurende de reanimatie, de reversibele oorzaken van een circulatiestilstand zijn gecorrigeerd, behandeld of uitgesloten. 
 

Nazorg

Heb oog voor nazorg, voor familie, omstanders en burgerhulpverleners na het staken van reanimatie. Wijs op beschikbare systemen om naderhand met elkaar in contact te kunnen komen.

 

Expert opinion

Het LPA9 sluit aan bij de Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2021. De expertgroep heeft bij persisterend PEA het advies toegevoegd om de beademing te ontkoppelen gedurende 30 thoraxcompressies, om eventuele hyperinsufflatie van de thorax te verhelpen wat negatieve gevolgen heeft voor de veneuze return. Eerder werd dit aanbevolen bij het staken van de reanimatie. Nu is dit eerder in het reanimatieproces geplaatst om nog een mogelijk gunstig effect op de uitkomst te hebben. 


 

Bronnen

  • Berg, J. v., Brouwer, M., Bruinenberg, J., Buysse, C., Delnoij, T., Haren, I. v., . . . Weijenberg, W. (2021, 04 21). Richtlijnen Reanimatie in Nederland. Nederlandse Reanimatie Raad. Opgehaald van https://www.reanimatieraad.nl/app/uploads/2022/09/Richtlijnen-Reanimatie-in-NL-2021-1.pdf
  • De Graaf, C., Beesems, S., & Koster, R. (2019, 03 27). Time of on-scene resuscitation in out of-hospital cardiac arrest patients transported without return of spontaneous circulation. May 2019, Volume 138, 235-242. Resuscitation Journal. doi:10.1016/j.resuscitation.2019.03.030
  • Koster, R., De Vos, R., & Heringhaus, C. (2014, 11). Gebruik van mechanische thorax compressie apparatuur in ambulance hulpverlening en in het ziekenhuis. Nederlandse Reanimatie Raad. Opgehaald van https://reanimatieraad.nl/app/uploads/2020/03/Advies-gebruik-MTC-apparatuur_versie20141121.pdf
  • Overdracht van de reanimatiepatiënt: van prehospitaal naar ziekenhuis. (2021, 11). Nederlandse Reanimatie Raad (NRR). Opgehaald van https://www.reanimatieraad.nl/app/uploads/2021/09/Overdracht_van_reanimatiepatient_van-prehospitaal_naar_ziekenhuis_20210908_def.pdf
  • Sinning, C., Ahrens, I., Cariou, A., Beygui, F., Lamhaut, L., Halvorsen, S., . . . Hassager, C. (2020, 11 01). The cardiac arrest centre for the treatment of sudden cardiac arrest due to presumed cardiac cause - aims, function and structure. November 2020, Volume 9-Issue 4, 193-202. European Heart Journal - Acute Cardiovascular Care. doi:10.1177/2048872620963492
  • Van de Voorde, P., Turner, N., Djakow, J., De Lucas, N., Martinez-Meijas, A., Biarent, D., . . . Maconochie, I. (2021, 04 01). European Resuscitation Council Guidelines 2021: Paediatric Life Support. April 2021, Volume 161, 327-387. Resuscitation Journal. doi:10.1016/j.resuscitation.2021.02.015
  • Wetenschappelijke Raad van de NRR. (2011, 05). Starten, niet starten en stoppen van de reanimatie. Een richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad. Nederlandse Reanimatie Raad. Opgehaald van https://www.reanimatieraad.nl/app/uploads/2021/09/Niet-starten-en-staken-Reanimatie_herziendeversie_NRR_121016_def.pdf

V&A

-

Verdieping

-